Bedrijfsruimte 7:290 BW

Bedrijfsruimte conform 7:290 BW

De Nederlandse wetgeving heeft ooit bedacht om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten gebruik van vastgoed. Een simpele scheiding is het verschil tussen detailhandel en geen detailhandel, echter in de praktijk (lees: jurisprudentie) blijken er aanzienlijk meer grensgevallen en bijzondere gevallen te zijn dan men vaak in eerste instantie denkt.

Dure fouten

Aangezien het dwingend recht betreft en er een aantal bijzondere regels gelden zijn er al meerdere verhuurders op de koffie gekomen toen een huurder zich er tegen verzette. En zeker in tijden waarin het moeilijker gaat willen mensen zich nog wel eens verzetten tegen eerdere afspraken in, dan wel bij nader inzien afspraken anders hebben geïnterpreteerd. Dan hebben we het nog niet eens over de gevallen waarbij er sprake is van een nieuwe eigenaar/exploitant.

Formele omschrijving

De wettekst luidt:

Artikel 290

1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op huur en verhuur van bedrijfsruimte.

2. Onder bedrijfsruimte wordt verstaan:
a. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is;
b. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die krachtens zulk een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een hotelbedrijf;
c. een onroerende zaak die krachtens zulk een overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kampeerbedrijf.

3. Tot de in lid 2 bedoelde bedrijfsruimte worden ook gerekend de onroerende aanhorigheden, de bij het een en ander behorende grond en de, mede gelet op de bestemming van die bedrijfsruimte, afhankelijke woning

Nieuws